Ik had veel problemen in mijn leven. Overal gingen mensen over m’n grenzen heen. Op m’n werk, en in privérelaties.

Ik ging altijd maar weer akkoord met een vakantiebestemming die ik eigenlijk niet wilde, ik regelde dingen waar ik geen tijd voor had, ik accepteerde opmerkingen die me eigenlijk pijn deden of vernederden. Maar ja, ik wist niet anders. Mijn ouders heb ik nooit boos gezien. Die hadden daar afkeer van, omdat de vader van mijn moeder juist vaak woedeaanvallen had. Zij was opgegroeid met huiselijk geweld en leed liever pijn dan boos te worden. Mijn vader uit zijn gevoelens helemaal niet zo, dus je snapt wel dat ik met boosheid geen raad wist.

Een van de eerste vragen die Bas me stelde, was waar mijn boosheid eigenlijk was. Dat wist ik echt niet. Daar heb ik echt dagen over nagedacht. Boosheid is voor anderen mensen, dacht ik altijd. Bas vertelde dat boosheid de energie is die je nodig hebt om je grenzen te beschermen. Ik heb die zin opgeschreven in mijn aantekeningenboekje, dat ik altijd meenam naar Bas. Voor mij was dat echt nieuw. Boosheid kan toch alleen maar verkeerd zijn? Dat dacht ik tenminste. Maar Bas legde uit dat mensen grenzen nodig hebben om samen te kunnen leven, en dat er over die grenzen dus weleens gedoe is. Alleen als je die grenzen duidelijk aangeeft, weten anderen waar je grens is. En als mensen over die grens blijven gaan, moet je ook weleens boosheid gebruiken. Boosheid en grenzen hebben dus alles met elkaar te maken.

Bas werkt met wat hij de Schaal van Boosheid noemt, die loopt van 0 tot 100. Hij vroeg me bij te houden wanneer ik boosheid voelde, en die in te delen op de boosheidschaal van 0 tot 100. Eerst voelde ik nooit boosheid, maar toen ik met Bas verder over mijn leven ging praten, kwamen er ook dingen boven, waar ik eigenlijk boos om was. Toen ik dat durfde te zeggen van mezelf, leek het net of ik voor het eerst meer boosheid voelde, ook in het dagelijks leven. Op een gegeven moment was ik bang dat ik een boze vrouw zou worden, maar dat valt gelukkig mee. Er is wel heel veel boosheid uitgekomen, maar dat heeft geholpen. Ik vind het nog wel spannend om m’n grens aan te geven, en om boos te worden helemaal. Maar het heeft me al flink geholpen, ook in m’n werk. Van m’n leidinggevende kreeg ik als positieve feedback dat ze tegenwoordig beter weet wat ze aan me heeft.

Een belangrijk inzicht voor mij was dat ik niet boos durfde te worden uit angst voor afwijzing. Maar het allerbelangrijkste inzicht, wat me elke dag nog helpt, is dat boosheid oké is, omdat het ons helpt onze grenzen te beschermen. En dat ik die grenzen waard ben. Het is een lange weg, maar ik begin dat steeds meer te geloven, met vallen en opstaan. Dat had ik een jaar terug niet kunnen denken.

“Nooit geweten dat boosheid en grenzen bij elkaar horen”